Johan de Mepsche (ca 1520 – 1585) is een Spaansgezinde bestuurder in het noorden van Nederland tijdens het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Hij is fel Rooms Katholiek en verwerft faam als ketterjager.
Als Johan geboren wordt is Groningen nog een zelfstandige stad. In 1536 moet ook Groningen Karel V als landsheer erkennen. De Mepsche weet binnen de nieuwe staat carrière te maken als een trouw dienaar. Zijn financiële positie verbetert aanzienlijk door een verstandig huwelijk waardoor hij de borg Duirsum bij Loppersum verwerft.
In 1557 wordt hij door Arenberg benoemd tot luitenant-stadhouder in Groningen. In die rol onderscheidt hij zich als een fel katholiek die niet bereid is toe te geven aan de wensen van de protestanten. Als het stadsbestuur de Broerkerk ter beschikking van de protestanten wil stellen verzet hij zich daartegen.
Na de dood van Arenberg, die sneuvelt in de Slag bij Heiligerlee, hoopt de Mepsche zelf tot stadhouder bevorderd te worden, maar hij wordt gepasseerd. Zijn carrière lijkt voorbij als Groningen toetreedt tot de Pacificatie van Gent, maar na het verraad van Rennenberg keert hij terug in Groningen. Als uitvoerder van de Spaanse/katholieke plakkaten wordt hij zeer gevreesd. Hij sterft in 1585 aan de pest.
Is Johan de Mepsche al een gevreesde naam, zijn verre nazaat, Rudolf de Mepsche maakt de familienaam pas echt tot de meest gevreesde in de geschiedenis van Groningen.