1 Kronieken 2
[34] Sesan had geen zonen, maar dochters. Sesan had echter een Egyptische slaaf, en zijn naam was Jarha.
[35] Sesan gaf zijn dochter aan zijn slaaf Jarha tot vrouw, en zij baarde hem Attai.
1 Kronieken 2
[42] De zoon van Kaleb, de broer van Jerahmeël, is Mesa, zijn eerstgeborene (dat is de vader van Zif), en de zonen van Maresa, de vader van Hebron.
1 Kronieken 2
[42] De zoon van Kaleb, de broer van Jerahmeël, is Mesa, zijn eerstgeborene (dat is de vader van Zif), en de zonen van Maresa, de vader van Hebron.
1 Kronieken 2
[50] Andere afstammelingen van Kaleb waren de zonen van Efrats oudste zoon Chur: Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim, [51] Salma, de stichter van Betlehem, en Charef, de stichter van Bet-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Andere afstammelingen van Kaleb waren de zonen van Efrats oudste zoon Chur: Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim, [51] Salma, de stichter van Betlehem, en Charef, de stichter van Bet-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Andere afstammelingen van Kaleb waren de zonen van Efrats oudste zoon Chur: Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim, [51] Salma, de stichter van Betlehem, en Charef, de stichter van Bet-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim,
[51] Salma, de vader van Bethlehem en Haref, de vader van Beth-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim,
[51] Salma, de vader van Bethlehem en Haref, de vader van Beth-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim,
[51] Salma, de vader van Bethlehem en Haref, de vader van Beth-Gader.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.