Genesis 11
[12] Arfachsad had vijfendertig jaar geleefd, toen hij Selah verwekte.
[13] Arfachsad leefde, nadat hij Selah verwekt had, vierhonderddrie jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
Genesis 10
[15] Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, Heth,
[16] en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet,
[17] de Heviet, de Arkiet, de Siniet,
[18] de Arvadiet, de Zemariet en de Hamathiet; daarna zijn de geslachten van de Kanaänieten verspreid.
[19] En de grens van de Kanaänieten reikte van Sidon in de richting van Gerar tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm, tot aan Lasa.
Genesis 10
[15] Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, Heth,
[16] en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet,
[17] de Heviet, de Arkiet, de Siniet,
[18] de Arvadiet, de Zemariet en de Hamathiet; daarna zijn de geslachten van de Kanaänieten verspreid.
[19] En de grens van de Kanaänieten reikte van Sidon in de richting van Gerar tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm, tot aan Lasa.
Genesis 30
[12] Vervolgens baarde Zilpa, de slavin van Lea, Jakob een tweede zoon.
[13] Toen zei Lea: Wat ben ik gelukkig! Want de vrouwen zullen mij gelukkig prijzen. En zij gaf hem de naam Aser.
Genesis 46
[15] Dit waren de zonen van Lea, die zij Jakob gebaard heeft in Paddan-Aram, met Dina, zijn dochter. Het totale aantal zielen van zijn zonen en dochters was drieëndertig.
1 Kronieken 2
[34] Sesan had geen zonen, maar dochters. Sesan had echter een Egyptische slaaf, en zijn naam was Jarha.
[35] Sesan gaf zijn dochter aan zijn slaaf Jarha tot vrouw, en zij baarde hem Attai.
Genesis 36
[2] Ezau nam zijn vrouwen uit de dochters van Kanaän: Ada, de dochter van Elon, de Hethiet; en Oholibama, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, de Heviet;
[3] en Basmath, de dochter van Ismaël, zuster van Nebajoth.
Genesis 35
Rachel sterft
[16] Zij braken op uit Bethel. Toen zij nog maar een kleine afstand af hoefden te leggen om bij Efrath te komen, baarde Rachel, en zij had het zwaar tijdens het baren.
[17] En het gebeurde, toen zij het zo zwaar had tijdens het baren, dat de vroedvrouw tegen haar zei: Wees niet bevreesd, want ook deze keer hebt u een zoon!
[18] En het gebeurde, toen haar ziel het lichaam verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin.
Genesis 35
Rachel sterft
[16] Zij braken op uit Bethel. Toen zij nog maar een kleine afstand af hoefden te leggen om bij Efrath te komen, baarde Rachel, en zij had het zwaar tijdens het baren.
[17] En het gebeurde, toen zij het zo zwaar had tijdens het baren, dat de vroedvrouw tegen haar zei: Wees niet bevreesd, want ook deze keer hebt u een zoon!
[18] En het gebeurde, toen haar ziel het lichaam verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin.
Exodus 35
Aanstelling van Bezaleël en Aholiab
[30] Daarna zei Mozes tegen de Israëlieten: Zie, de HEERE heeft Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, bij zijn naam geroepen.
Genesis 30
[3] Daarop zei ze: Zie, hier is mijn slavin Bilha; kom bij haar, zodat zij op mijn knieën zal baren en ook ik uit haar nageslacht zal krijgen.
[4] Zo gaf zij hem haar slavin Bilha tot vrouw, en Jakob kwam bij haar.
1 Kronieken 2
[25] De zonen van Jerahmeël, de eerstgeborene van Hezron, waren: de eerstgeborene Ram, en vervolgens Buna, Oren, Ozem en Ahia.
[26] Jerahmeël had nog een andere vrouw, en haar naam was Atara; zij was de moeder van Onam.
1 Kronieken 2
[50] Andere afstammelingen van Kaleb waren de zonen van Efrats oudste zoon Chur: Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim, [51] Salma, de stichter van Betlehem, en Charef, de stichter van Bet-Gader.
1 Kronieken 2
[50] Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim,
[51] Salma, de vader van Bethlehem en Haref, de vader van Beth-Gader.
Genesis 30
[5] En Bilha werd zwanger en baarde Jakob een zoon.
[6] Toen zei Rachel: God heeft mij recht verschaft. Ook heeft Hij naar mijn stem geluisterd en mij een zoon gegeven. Daarom gaf zij hem de naam Dan.
Genesis 46
[15] Dit waren de zonen van Lea, die zij Jakob gebaard heeft in Paddan-Aram, met Dina, zijn dochter. Het totale aantal zielen van zijn zonen en dochters was drieëndertig.
1 Kronieken 3
De nakomelingen van David
[1] Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;
[2] de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning in Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;
[3] de vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, bij zijn vrouw Egla.
[4] Zes zonen zijn hem in Hebron geboren. Hij regeerde daar zeven jaar en zes maanden. Drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
[5] Deze zonen zijn hem in Jeruzalem geboren: Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël;
[6] en vervolgens Jibchar, Elisama, Elifelet,
[7] Nogah, Nefeg, Jafia,
[8] Elisama, Eljada en Elifelet, negen zonen.
[9] Zij zijn allen zonen van David, naast de zonen van de bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
1 Kronieken 2
[13] Isaï verwekte Eliab, zijn eerstgeborene, Abinadab, de tweede, en Simea, de derde,
[14] Nethaneël, de vierde, Raddai, de vijfde,
[15] Ozem, de zesde, en David, de zevende.
[16] Hun zusters waren Zeruja en Abigaïl. De zonen van Zeruja waren Abisaï, Joab en Asaël, drie zonen.